Jaar            Prins           Adjudant             Motto 2011 / 2012 53 ste Frans Ermers Martijn Hendricksen Maak d’r wat van 2010 / 2011 52 ste Wouter Tombergen Iwan Buiting “Hang ‘m d’r an!” 2009 / 2010 51 ste Robbin Löwenthal  Roy Liebrand Alles kump goed 2009 50 ste Hans Thiele  Berry Helming De tent steet op de kop 2008 49 ste Maurice Kingma Walter Venhorst Wi'j draejen deur 2007   48 ste  Jan Steverink  Paul Buiting Ruur d'r ow deurhen 2006   47 ste Ralph Ebbers  Patrick Ebbers Dat klink goed 2005   46 ste Paul Bongers  Gijs Kolks A'j maor met gaot 2004   45 ste Rob Donderwinkel  Camiel Steverink Daor jubel i'j um 2003   44 ste Erwin Visser  Coen Verheijen Laot 't zoezen 2002   43 ste Peter vd Kemp  Bas Trip Doe maor gewoon 2001   42 ste Hans Kuiper  Bennie Huls Wi'j hebt d'r kiek op 2000   41 ste Mike Gries  Tom Tempels Hoe smik ow den dan 1999   40 ste Willie Ebbers  Raymond Tombergen Slao ow d'r deur 1998   39 ste Tonnie Geerts  Jan Mulder Zillewold, dat dut 't um 1997   38 ste Robbie Roes  Frank vd Kemp Pappen en nathollen 1996   37 ste Rob ten Have  Mark vd Kemp Hol 'm gangs 1995   36 ste Erwin Eijkelkamp  Hans Knies Wat kan 't schelen 1994   35 ste Mark Berendsen  Jeroen Disbergen A'j ut maor waog 1993   34 ste Jan Gregoor  Ben Gregoor Ut zit goed 1992   33 ste Joop Speekhout  Joop Reukers A'j ow moar gedraag 1991   32 ste Bart Nijman  Mieke Rademaker Laot moar scharrelen 1990   31 ste Theo Bussink  Aloys Bussink Niet nolen moar grolen 1989   30 ste Chris Willemsen  Jan Kloosterman ‘t mot kunnen 1988   29 ste Martin v Pragt  Esther ten Have Laot 't moar gebeuren 1987   28 ste Johnny Verhey  Vincent Tangelder Hoe's 't meugluk 1986   27 ste Bertus Rietman  Fons Bieleveldt I'j kont er niet umhen 1985   26 ste Erik Kunst  Sjef Lamers Bekiek ut nuchter 1984   25 ste Bertus Helming Bennie Berendsen Ens Kump't er van 1983   24 ste Gerard Smithuis  Henk Renting ‘t lop wel los 1982   23 ste Theo Radermaker  Jan Pelgrim Zo'j 't maak zo he'j't 1981   22 ste Sjors Wolters  Peter Hoes Bater d'r Maor op loss 1980   21 ste Bennie Berendsen  Bertus Helming Ens mo'j 't leren 1979   20 ste Bert Biemans    1978   19 de  Wim vd Kemp  Gerard Kolks  1977   18 de  Gert Heuvels  Joep Verheij Geen gezeur, de foekepot rommelt deur 1976   17 de  Leo Wolters    1975   16 de  Jan Tombergen    1974   15 de  Wim vd Kemp    1973   14 de  Marcel Willemsen    1972   13 de  Joop Alofs    1971 12 de  Hans Tesson    1970 11 de  Jan Winters    1969 10 de  Harry Hageman    1968 9   de  Johan Winkelhorst   1967 8   de  Ben Gilsing    1966 7   de Jan Cornelissen    1965 6   de Joop te Have    1964 5   de Martin Mulder    1963 4   de Jan Reesink    1962 3   de Hein Sloot    1961 2   de Bernard ter Steeg    1960 1   ste Ben Willemsen  Van oudsher was het een eetfestijn, omdat het de laatste mogelijkheid was zich te buiten te gaan voor de 40 dagen vasten, waarin men zich beperkte tot het minimaal noodzakelijke. De vasten is ter herdenking van de 40 dagen die Jezus volgens het Nieuwe Testament in de woestijn vastte en tevens ook tot bezinning op de christelijke kernwaarden. Waarschijnlijk bestond het feest al langer dan de christelijke traditie, en heeft de kerk het gemakkelijker gevonden het heidense carnaval in een katholieke traditie om te zetten dan het uit te bannen. Dit was overigens ook met andere voor- christelijke feesten gebeurd zoals Kerstmis dat oorspronkelijk een 'heidens' midwinterfeest was. In die betekenis wordt de term afgeleid van het Latijn: carne vale (= vaarwel aan het vlees). Een andere mogelijke verklaring voor de term is het eveneens Latijnse carrus navalis: scheepswagen, hetgeen zou verwijzen naar rondtrekkende groepen in een als een schip ogende wagen of kar, het zogenaamde narrenschip, maar ook kan slaan op het schip waarmee de god van de zee der Kelten/Germanen uit het noorden kwam om deel te nemen aan de winterfeesten. De Romeinen vierden het feest van de saturnalia dat veel kenmerken van het hedendaagse carnaval had zoals drink en eetgelagen, een soort prins carnaval, vermommingen en optochten door de straten. Het 'heidense' carnaval werd in heel Europa gevierd. Bijvoorbeeld in Rusland is dit feest bekend onder de naam maslenitsa (vrij vertaald: boterfeest). Antropologisch gezien is het carnaval een omkeringsritueel, waarin maatschappelijke rollen worden omgedraaid en normen omtrent gewenst gedrag worden opgeschort. De carnavalsdatum vindt zijn huidige oorsprong in de kerkelijke kalender, die gerekend wordt vanuit eerste Paasdag. Pasen is bepalend voor de datum van de eerste carnavalsdag. Paaszondag is, volgens het Concilie van Nicaea (325 na Christus), de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente (21 maart). Ga dan zeven weken terug voor de eerste carnavalsdag (of 47 dagen voor 1e paasdag). Carnaval begint officieel op zondag. De zaterdag is er in de loop der jaren als extra feestdag "bijgesmokkeld". Pasen kan op zijn vroegst op 22 maart zijn en op zijn laatst op 25 april. Dit houdt in dat het vroegst mogelijke carnaval op 1 februari is. De laatst mogelijke datum is 7 maart.